Een baby zonder buidel

Je zoekt naar een oplossing voor mama kangoeroe, die geen buidel heeft om haar kleintje in te dragen.

Benodigdheden

  • een knuffel of pop waarvoor je een draagsysteem zal ontwerpen, een gieter om te testen of het systeem waterdicht is.
  • verschillende soorten textiel, al dan niet waterdicht (bv. de stof van een oude paraplu of regenjas), plastic zakken, plastic zeil, karton, …
  • hechtingsmaterialen: naald en draad van verschillende diktes, klittenband, splitpennen, nietjesmachine, verschillende soorten plakband en lijm, scharen, ijzerdraad en tang, knopen, sluitingshaakjes, …

Verloop

Voor deze activiteit kan je vertrekken van het verhaal 'De Buidelbaby' (Brami E. & Schamp T. (2006). De buidelbaby. Wielsbeke: De Eenhoorn). Dit is optioneel, je kan de probleemstelling ook gewoon zelf formuleren. Als je het prentenboek gebruikt, stop je best met vertellen op het moment dat het probleem duidelijk wordt: de buidel van de mama is te krap, waardoor er geen baby in kan. Kan jij mama kangoeroe helpen?
Kort functioneel waarnemen van de beschikbare materialen. Aandacht voor afspraken in functie van veiligheid (bv. naald en draad, ijzerdraad en tangen) en verkwisting (bv. gebruik van stofjes: eerst nadenken, dan pas verknippen).
Bespreken van de technische criteria waaraan het draagsysteem moet voldoen: de baby moet lekker warm zitten, mag niet nat worden, en moet erin en eruit gehaald kunnen worden. Daarenboven moet het handig en comfortabel zijn voor mama kangoeroe.
Onderzoeken welke materialen een warm gevoel geven, en welke materialen waterdicht zijn. Dit kan getest worden met de gieter.
Onderzoeken op welke manier de materialen aan elkaar kunnen vastgemaakt worden, zodat de baby er nog in en uit kan. Hiervoor kunnen allerlei hechtingssystemen worden gebruikt. Het is een meerwaarde als de kinderen de verschillende hechtingsmaterialen al kennen bv. gebruik van klittenband, splitpennen, … Wanneer dit niet het geval is, kan dit kort onderzocht of gedemonstreerd worden.
Terugblik: tijdens en/of na de activiteit verwoorden de kinderen hoe ze dit aangepakt hebben, wat ze onderzocht en ontdekt hebben, en hoe ze tot het eindresultaat zijn gekomen. Het systeem wordt getest, om na te gaan of het aan de verschillende criteria voldoet. Indien niet, dan wordt het ontwerp verder bijgestuurd.


Aandachtspunten bij de begeleiding

Verwijs geregeld naar de technische criteria, zodat de kinderen testen of het ontwerp hieraan voldoet. Indien niet, dan moet het ontwerp bijgestuurd worden. Hierbij kan je hen bijvoorbeeld stimuleren om andere materialen te zoeken.
Probeer niet te snel in te grijpen als kinderen iets ontwerpen dat hoogstwaarschijnlijk niet zal functioneren. Laat hen dit zelf ervaren, en vervolgens zelf op zoek gaan naar een oplossing.
Algemene aandachtspunten voor het begeleiden vind je hier.