Glow in the dark verf maken

Je onderzoekt op welke manier je zelf 'glow in the dark' verf kan maken.

Benodigdheden

  • materialen die licht en/of kleur kunnen geven: (oude) fluostiften, (oude) gewone stiften, tonic, ...
  • scharen om vullingen van stiften open te knippen
  • materialen om vloeistof in te dikken tot verf: maïzena, witte schoollijm, ...
  • water en UV-lamp
  • doos en zwarte doeken
  • waterkoker

Verloop

Probleemstelling: we houden van mooie schilderijen, maar wat zou het fijn zijn als je die ook in het donker kon zien! Kunnen we verf maken die in het donker oplicht?
Kort functioneel waarnemen van de beschikbare materialen. Aandacht voor afspraken in functie van veiligheid (bv. gebruik van scharen).
Ervaren wat fluorescentie inhoudt: in een donkere doos een glas tonic belichten met een UV-lamp geeft dit mooi weer: de vloeistof geeft licht! Dit kan ook met andere fluorescerende materialen, bv. fluorescerend speelgoed.
Onderzoeken wat het effect is van mengen van stiftvullingen met water. Er kan gevarieerd worden in hoeveelheid, in combinaties, in soort stiften, in de temperatuur van het water, ... De fluorescentie van de vloeistof wordt geregeld getest met de UV-lamp.
Onderzoeken hoe de vloeistof kan ingedikt worden, zonder de fluorescerende eigenschappen te verliezen. Op die manier kan een fluorescerend schilderij gemaakt worden.
Terugblik, waarbij kinderen tijdens en/of na de activiteit verwoorden hoe ze dit aangepakt hebben, wat ze onderzocht en ontdekt hebben.

Aandachtspunten bij de begeleiding

Kinderen zijn vaak geneigd meteen allerlei materialen met elkaar te mengen. Soms is het echter interessant om met één materiaalsoort, bv. een stiftvulling, te beginnen, en het effect hiervan meteen onder de UV-lamp te bekijken. Later kan dit resultaat vergeleken worden met mengsels van verschillende materiaalsoorten.
Bij dergelijke activiteiten is het raadzaam geregeld aan de kinderen te vragen welke materialen ze willen uitproberen. Deze vraag verhoogt de kans dat kinderen bewuster ingrediënten kiezen, en beter onthouden wat een goed/minder goed resultaat geeft.
Algemene aandachtspunten voor het begeleiden vind je hier.

Bron

Activiteit Kinderlabo augustus 2014, i.s.m. Sandra Willems, student keuzestage Bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs van de Arteveldehogeschool